dinsdag 30 oktober 2012

Abstracte kunst.

ben ik dat?
vroeg zij licht verbijsterd
toen zij het naaktportret bekeek
dat hij van haar geschilderd had.
die vlekken en die strepen
die blokken en die kleuren door elkaar
ik kan mezelf daar echt niet in herkennen.


de schilder daarentegen was
tevreden met zijn werk
en wierp nog snel een steelse blik
op het verrukkelijke lichaam dat al deels
door kleding aan zijn ogen werd onttrokken.
haar volle borsten
gladgeschoren gleufje en de
ronde heuvels van haar kont
de zachte lijnen van haar buik
het putje van haar navel en nog meer
dat hem in't uur van 't schilderen
zoveel genoegen had geschonken.

tevreden was hij met zijn werk
maar toch zei hij beschaamd
zonder zijn vreugde door te laten klinken
misschien heb je gelijk
het is nog niet perfect.
we moeten het dan toch nog maar
een and're keer opnieuw proberen.



Tweelinggedicht bij het gedicht 'Kunst' van Roxane van Iperen.

maandag 15 oktober 2012

29 Syracuse Street.

Hoe oud zal ik geweest zijn? Een jaar of zes, zeven? Mijn ouders waren een keer op bezoek geweest bij een oom van me en ze waren teruggekomen met het verhaal dat die oom een apparaat had waarmee hij hun stem had kunnen vastleggen op een metalen draad. Een wire recorder heette zo'n ding. Het geluid van hun stemmen kon daarna, wonder boven wonder, ook weer worden weergegeven. Ik wist meteen dat ik -ooit - ook zo'n ding zou gaan kopen.

Pas een jaar of tien later kon ik mijn droom realiseren. De wire recorder was inmiddels een tape recorder geworden omdat het geluid nu werd opgenomen op een dunne, van een laagje metaaloxide voorziene, plastic band. In die tijd was zo'n apparaat een vrijwel onbetaalbare luxe en mijn ouders vonden, zeer terecht, dat ik daar dan maar zelf voor moest gaan werken. Het hele jaar door een krantenwijk en in de vakantie hard werken bij de Zuid Hollandse Loonbedrijven. Het werk dat we daar moesten doen was eentonig en saai. Eindeloos terugkerend handwerk, zoals het aan elkaar plakken van twee pakken Sunil, omdat die op die manier, als twee-voor-de-prijs-van-een in de aanbieding zouden komen.

Er was ook een periode dat we plastic bakjes moesten vullen met bloembollen. Die waren bestemd voor de export en gingen naar Amerika. Ik stopte op een dag een klein briefje tussen de bollen in het bakje, met daarop mijn naam en adres. 'Please write me and I'll write you back.' stond er op. Ik schatte de kans dat ik ooit iets zou horen op vrijwel nihiel, maar toch werd ik enige tijd later verrast met een leuke brief van een allerliefst meisje uit New York. Karen Richards heette ze. Er zat ook een foto bij.


Best een knappe meid! Ik weet nog steeds heel precies haar naam en adres. We hebben lange tijd met elkaar gecorrespondeerd, maar uiteindelijk is dat natuurlijk toch een keer gestopt. Ik heb er wel eens aan gedacht om nu nog, na zo'n 50 jaar, te proberen haar terug te vinden. Het lijkt me heel leuk te vernemen hoe het met haar gegaan is. De kans haar te vinden is echter natuurlijk zo goed als nul. Bij vrouwen speelt ook nog het probleem dat ze meestal getrouwd zijn en een andere naam hebben aangenomen. Karen Richards kan nu wel Karen Johnson heten bijvoorbeeld en zoek haar dan maar eens op. Ze woont ook vast niet meer in de Syracuse Street en tenslotte.... ze kan wel al lang dood en begraven zijn. Ik ga maar niet zoeken. Haar foto bewaar ik nog steeds in een oud fotoalbum van me en verder blijft ze gewoon een heel leuke, dierbare herinnering.

woensdag 10 oktober 2012

Facebook.

met vierhonderd en achtenzestig vrienden
op Facebook
sliep zij voor altijd  in en was daarbij alleen.

ook na haar dood
bleef nog de lijst met vrienden groeien
maar geen van hen stond aan het graf
toen zij daar neergelaten werd
met niemand om haar heen.

vrienden op Facebook...
ontkrachting van een prachtig woord.
vierhonderd en achtenzestig vrienden
is daar hetzelfde als geen een.

zaterdag 6 oktober 2012

..... een klein hoekje.

Vanmorgen kwam ik langs de woning van één van de door mij meest bewonderde kunstenaars van Huizen en zag een poster die aankondigde dat zij daar vandaag en morgen een expositie hield van haar eigen werk en dat van haar cursisten. Dat was voor mij een prima gelegenheid om weer eens bij haar langs te gaan, het was al weer een tijdje geleden. Het weerzien met Dominique Prins en haar man Ton was zoals altijd weer heel plezierig en na alles wat er uitgestald was bewonderd te hebben en een paar geanimeerde gesprekken te hebben gevoerd was het weer tijd om te vertrekken. Dominique vroeg nog iets waarvoor ik haar telefoonnummer nodig had, zij gaf me haar visitekaartje, ik draaide me om, om naar buiten te gaan en toen gebeurde het. De Ramp. Hoe het precies ging, dat weet je in zulke gevallen nooit, maar op de een of andere manier trok ik een tafeltje mee en het daarop tentoongestelde kunstwerk van één van haar cursisten gleed er af en kwam met een door hart en ziel gaand geluid van brekend keramiek op de tegelvloer terecht. In tientallen stukken. Op zo'n moment krimp je in elkaar van narigheid. Gevoelens van schaamte, schuld, verwarring, ellende en verdriet, overvallen je allemaal tegelijk. Ik kon wel janken en voelde me beroerder dan ik me in tijden gevoeld heb.

Wanneer je bij iemand bijvoorbeeld een vaasje van Blokker van een tafel stoot dan is dat heel vervelend, maar dat kan vervangen worden. Maar iets wat iemand zelf heeft gemaakt met haar eigen handen is niet te vervangen. Dit beeldje was een stukje van de maakster zelf en ik had dat kapot gemaakt, ook al ging het dan niet met opzet. Een ongeluk zit in een heel klein hoekje.

Natuurlijk wil ik proberen het nog een beetje goed te maken. Ik heb haar e-mail-adres gekregen en heb met Dominique en Ton, die overigens heel lief reageerden, afgesproken,  haar morgenavond, na de expositie, een mailtje te sturen om me te verontschuldigen. Dat wordt een heel moeilijk mailtje.

vrijdag 5 oktober 2012

Mijn gyrus fusiformus.

Ik heb een nare eigenschap. Nou ja, wel meer dan één, maar ik zal ze hier nu niet allemaal belichten. Ik kan geen gezichten onthouden. Zelfs mensen die ik regelmatig ontmoet en al jarenlang ken, kan ik zo maar voorbij lopen op straat. Niet uit onvriendelijkheid, maar ik herken ze domweg niet. Die eigenschap heeft mij natuurlijk al ontzettend vaak in zeer vervelende en pijnlijke situaties gebracht. Te dikwijls wordt er dan gedacht: 'Hij wil me zeker niet zien....', maar dat is echt niet waar, want ik vind het juist zo leuk om zo maar een bekende op straat tegen het lijf te lopen en daar even een gezellige babbel mee te hebben. Ik ben dan ook altijd blij wanneer ze mìj aanspreken. Dan herken ik ze wel weer. Soms na verloop van tijd.

Die lastige eigenschap brengt ook nog met zich mee dat ik geen film kan volgen waarin laten we zeggen een stuk of vijf mensen een belangrijke rol spelen. Al na een klein kwartiertje zit ik mij vertwijfeld af te vragen: 'Wie is dat nu toch ook alweer in hemelsnaam, heb ik die al eerder gezien?' Een erg prettige film voor mij om naar toe te gaan was de film die ik vorige week nog zag, 'Jacky'. Daarin speelden drie vrouwen de hoofdrol en verder waren het alleen maar onbelangrijke bijfiguren. Twee waren zussen, vaak een probleem voor mij, maar wat een geluk, de één had donker haar en de andere was blond; de derde was hun moeder en dus duidelijk een heel stuk ouder. Dat lukte dus prima om die drie uit elkaar te houden, maar veel moeilijker moet het niet worden.

Ik schaamde mij een beetje voor die eigenschap, want soms voelt het wat dom, maar gelukkig kwam ik door een boek waarin Het Brein behandeld wordt er achter hoe het komt. Het probleem wordt veroorzaakt door letsel aan een gebied van de hersenen dat de gyrus fusiformus (spoelvormige winding) heet en dat verantwoordelijk is voor de gespecialiseerde taak van gezichtsherkenning. Een heel klein stukje binnen in mijn hersenen doet dus zijn werk niet goed. Daar kan ik ook niks aan doen. Maar als ik nu het verwijt krijg: 'Je wilde me zeker niet zien?' kan ik altijd antwoorden: 'O sorry.... ik sukkel nogal met mijn gyrus fusiformus.' Ik wijs dan vaagjes naar mijn voorhoofd en kreeg een keer als antwoord: 'Ja, mijn ogen gaan ook sterk achteruit de laatste tijd.'

donderdag 4 oktober 2012

Dagdroompje.

zij bracht haar volvootje naar de garage
het was tijd voor de kleine beurt
of zou het toch een grote moeten worden?
hij maakte soms een raar geluid.

toen zij de autosleutels afgaf aan
die mooie jongen in zijn strakke jeans
   -zij ziet onder de blauwe stof een schim van zijn geslacht en-
en hij haar vroeg wat of er moest gebeuren
   - ruikt hoe hij naar vet en olie, maar ook naar muskus geurt -
sloot zij heel even in een korte droom haar ogen
en sprak, terwijl gevoelens vochten met verstand,
   - hij zal toch minstens veertig jaren jonger zijn als ik ben -
vanuit haar roes, haar stem klonk bijna smekend
   - ik lijk wel gek -
de woorden uit die haar vanzelf ontglipten:
   - ik lijk wel stapelgek -
'een grote beurt...... een grote beurt!'

woensdag 3 oktober 2012

Kortstondig plezier.

een van de aangenaamste dingen
om tegenaan te kijken
is toch wel een schoon en opgeruimd
aanrecht
en dat dan wel in het bijzonder
wanneer de afwas van het
hoog opgestapeld vaatwerk
weer eens veel te lang
was uitgesteld.

helaas
de vreugde duurt maar kort
want slechts één maaltijd later
staat daar weer

1 koekenpan groot
1 koekenpan klein
1 pan om in te koken
1 steelpan
2 borden
en vorken, lepels,
2 kleine lepeltjes en ook 2 glazen schaaltjes
van het toetje
2 kopjes van de koffie
waarvan 1 met een  lepeltje
wat messen en ook nog
1 teflon spatel voor het keren
van de schnitzels


kortom
het is meteen alweer een zootje.

dinsdag 2 oktober 2012

Respect.

Een van de meest vreemde opvattingen waar ik vaak mee te maken krijg is wel het idee dat ik altijd maar voor andermans opvattingen en geloofsovertuigingen respect zou moeten hebben. Vooral aanhangers van een religieuze groepering maken graag gebruik van deze dooddoener. ‘Al geloof je er dan zelf niet in…. Je zou toch in elk geval respect moeten hebben voor het geloof van een ander.’ Dank je de koekoek……. Er zijn binnen de verschillende religies en ook daarbuiten overtuigingen waar ik niet ook maar zelfs een greintje respect voor kan opbrengen. Waarom zou ik uitingen van onverdraagzaamheid, vrouwonvriendelijkheid en een ongelofelijke domheid moeten respecteren? Het merkwaardige vind ik dan altijd dat degene die respect opeist voor zijn mening, absoluut geen enkel respect blijkt te hebben voor mijn overtuiging. Hoeft ook niet ook, hoor. In tegenstelling tot veel Marokkaanse jongeren vind ik dat respect niet iets is waar je vanzelfsprekend recht op heb. Respect moet je verdienen. Ik heb bijvoorbeeld respect voor iemand die na veel onderzoek en twijfels zich, voor zichzelf, een (levens)wijze mening heeft gevormd. Die daarbij openstaat voor de afwijkende visie van een ander en er van doordrongen is dat er niet slechts één waarheid bestaat. Die zijn overtuiging zelf heeft opgebouwd en niet slechts verkregen heeft vanuit een boekje.

Ik schrijf op deze blog over van alles en nog wat. Meestal gaat het over onderwerpen waar ik geen buil aan kan vallen. Soms zijn het echter stukjes waar niet iedereen zich in kan vinden. Ik zal nooit iemand met opzet tegen de schenen schoppen, waarom zou ik, maar het is niet te vermijden dat sommige mensen zich erdoor gekwetst zullen voelen. Soms komt dat omdat ze denken dat ik geen respect zou hebben voor hun heilige overtuiging. Dat is dan meestal ook zo. Nou en….?

maandag 1 oktober 2012

Toevalligheden.

Het gedicht ‘Wanneer….’ dat ik een paar dagen geleden op deze Weblog publiceerde, ontstond vanuit de fascinerende gedachte dat alles wat er in dit universum plaats vindt, gebeurt door een aaneenschakeling van op zich ontzettend kleine toevalligheden. Ik paste deze gedachte toe op het feit dat, dat ik hier nu op deze aarde rondwandel niet meer is dan een toeval waarvan de kans dat het ging zoals het ging bijna gelijk is aan nul komma nul. Ik ging hiervoor terug naar de avond van de twintigste oktober 1942 of daaromtrent toen mijn ouders samen iets deden waaruit ik zou ontstaan.

Nu kun je bij dat soort gedachten natuurlijk ook veel verder teruggaan. Een tiental jaren geleden heb ik de genealogie van mijn familie uitgezocht en op schrift gesteld. Ik heb inmiddels de familiegeschiedenis kunnen terugvoeren tot ca. 1625 toen ene Arijen Cornelisz, die misschien vanwege zijn rode haren wel “ ’t Rootje” werd genoemd, en zijn echtgenote Trijntje Davitdr hetzelfde deden als mijn ouders in 1942 en daarmee een zoon op de wereld zetten. Wanneer zij dat toen niet gedaan hadden dan had ik mijn genealogie nooit kunnen samenstellen. Natuurlijk in de eerste plaats omdat ik er dan zelf niet geweest zou zijn, maar ook omdat al die andere personen die tientallen bladzijden vullen, er ook niet zouden zijn geweest. Als je zo’n lijst met mensen op papier ziet dan lijkt het zo vanzelfsprekend dat zij ooit bestaan hebben, maar dat is het dus niet.

Nu was het in dit geval niet zo vreselijk erg geweest in het licht van de wereldgeschiedenis, maar ik bedenk wel eens hoe het gegaan was wanneer bijvoorbeeld mevrouw Hitler op het moment dat haar man ejaculeerde eventjes gekucht had. Zeer waarschijnlijk was, door deze op zich slechts zeer geringe trilling van haar onderbuik, dan niet zaadje Adolf, maar misschien zaadje Wilhelm of zaadje Gertrud het eerst bij het eitje aangekomen. We zouden het nooit geweten hebben welke gigantische impact dat zou hebben gehad op de wereldgeschiedenis. Dat kleine kuchje van toen had het leven gered van miljoenen mensen. Niet te bevatten zoiets.

Nu is het niet alleen het toeval dat de wereld heeft laten worden zoals zij is. Het feit dat wij mensen nu rechtop lopen bijvoorbeeld is voortgekomen uit de gedachte dat we aan twee poten (die we daarna benen zijn gaan noemen) eigenlijk wel genoeg hadden om ons voort te bewegen en daardoor onze voorpoten als armen konden gaan gebruiken. Die waren dan (letterlijk) handig bij het maken van gereedschappen of om een pijl en boog mee te richten.

Toch…. terugkijkend op mijn eigen leven blijkt dat grotendeels bepaald door kleine toevalligheden. Als het meisje waarmee ik had afgesproken niet ziek was geworden dan had ik nooit het meisje dat later mijn vrouw zou worden, gevraagd met mijn mee te gaan naar dat feestje. Wanneer ik toen die advertentie niet had gezien in het Leidsch Dagblad dan was ik nooit bij de televisie gaan werken en in Het Gooi terecht gekomen. Zo zijn er talloze ‘toevalligheden’ die mijn leven een totaal andere wending hadden kunnen geven wanneer zij anders gegaan waren.

Het is dan zeer verleidelijk de hele gang van zaken toe te schrijven aan een hogere macht. Veel mensen doen dat ook en schrijven alles wat er gebeurt toe aan de bemoeienissen van een god, een universum, een natuurkracht of een ‘iets’. Ik zou het echt niet weten of dat ook zo is. Het maakt het leven wel een stuk gemakkelijker. Maar dat het leven niet gemakkelijk is, daar was ik toch wel al achter. Daar moet ik dan maar gewoon mee zien te leven.