Straks ga ik weer het tijdschrift van de Ouderenbond, de ANBO, rondbrengen. 'Ik wil het wel gaan bezorgen, maar lid worden niet', die afspraak heb ik jaren geleden gemaakt toen men op zoek was naar vrijwilligers die het blad maandelijks wilden bezorgen bij de leden. Ouderen? Dat was een groep waarbinnen ik mij toch echt niet thuisvoelde als bijna zestiger. Nog steeds voel ik mij niet aangesproken wanneer ik het tijdschrift doorblader. Nog lang niet aan toe!
Oké, wanneer ik 's morgensvroeg de trap afstrompel voel ik mij ver in de tachtig, mijn horen en zien is behoorlijk verslechterd en ook andere functies laten het steeds meer afweten, ik heb pijntjes hier en pijntjes daar, vergeet soms afspraken, maar oud....? Kom nou, de duvel is oud!
Mijn lichaam is zesenzestig nu, dat voel ik helaas maar al te goed, maar dat is de verpakking. Van binnen, mijn ware ik, ben ik nog een vieve veertiger. Die discrepantie geeft nogal eens problemen. Ik wil nog zoveel maar moet mezelf soms terugfluiten. Er rijzen steeds meer vragen: kan ik als 65+er nog wel rondtoeren op mijn ligfiets? Kan ik nog wel staan hupsen bij biodanza? Kan ik nog wel verliefd worden? Ach.... dan laat ik toch maar weer mijn kalenderleeftijd voor wat hij is en leef zoals mijn echte ik zich voelt: Still going strong!
maandag 30 november 2009
zondag 29 november 2009
In drie dimensies.
Dat wij de wereld kunnen zien zoals we haar zien, in drie dimensies, hebben wij te danken aan het feit dat wij twee ogen hebben. Op een foto of een televisiescherm is de wereld plat. Natuurlijk zien we ook hier wel een zekere diepte omdat we uit ervaring weten dat een persoon die kleiner op de foto staat afgebeeld, zich verder weg bevindt als een persoon die er groter op staat, maar erg realistisch is dit dieptezien niet. Vanaf de beginjaren van de fotografie is men dan ook al bezig geweest om aan deze tweedimensionale foto's een derde dimensie, die van diepte, toe te voegen. Daarvoor werden allerlei hulpmiddelen bedacht, meestal in de vorm van spiegels en/of brillen, en de resultaten zijn zeker frappant te noemen. Ook films en televisiebeelden zijn al in stereo uitgebracht, maar een nadeel is natuurlijk toch wel dat men deze alleen in 3D kan bekijken door middel van een speciaal brilletje. De tijd is echter niet ver meer dat ook televisieuitzendingen zonder zo'n brilletje in 3D kunnen worden bekeken. Het kan zelfs nu al, maar echt geweldig zijn de resultaten nog niet.
Zelf ben ik, met een redelijk succes, ook wel bezig geweest met stereofotografie. De resultaten daarvan zijn te zien op mijn website www.luikerwaal.com/stereo1_nl.htm.

Gisteren was er in Huizen weer een verenigingsdag van de Nederlandse Vereniging voor Stereofotografie. Als het even kan ga ik daar heen, want wat je daar te zien krijgt is werkelijk verbluffend. Op een groot scherm worden dia's geprojecteerd die door de leden zijn ingebracht. De onderwerpen variëren van vakantiereizen tot bloemetjes en bijtjes, De zaal is gevuld met mensen die allen een brilletje met gepolariseerde glazen dragen. Het is een dag verbazen, bewonderen en genieten.
Als je dan weer buiten staat zie je ook weer alles in 3D stereo, maar ja.... dan vind je het weer heel doodgewoon.
Afbeelding: 3D-Bulletin, tijdschrift van de NVVS.
Zelf ben ik, met een redelijk succes, ook wel bezig geweest met stereofotografie. De resultaten daarvan zijn te zien op mijn website www.luikerwaal.com/stereo1_nl.htm.

Gisteren was er in Huizen weer een verenigingsdag van de Nederlandse Vereniging voor Stereofotografie. Als het even kan ga ik daar heen, want wat je daar te zien krijgt is werkelijk verbluffend. Op een groot scherm worden dia's geprojecteerd die door de leden zijn ingebracht. De onderwerpen variëren van vakantiereizen tot bloemetjes en bijtjes, De zaal is gevuld met mensen die allen een brilletje met gepolariseerde glazen dragen. Het is een dag verbazen, bewonderen en genieten.
Als je dan weer buiten staat zie je ook weer alles in 3D stereo, maar ja.... dan vind je het weer heel doodgewoon.
Afbeelding: 3D-Bulletin, tijdschrift van de NVVS.
zaterdag 28 november 2009
Pakjesavond.
Vanavond pakjesavond gevierd bij mijn zoon en zijn vriendin. Wel wat vroeg dit jaar, maar mijn kleinzoon heeft de pech op 5 december jarig te zijn en daarom worden de feestelijkheden wat gespreid. We zaten gezellig te eten. Kleindochter was erg moe, kleinzoon zat er wat hangerig bij. Toen we nog maar net de maaltijd beëindigd hadden werd er luid op de deur gebonsd. Er zat een brief in de brievenbus met een gedicht waarin stond dat er in de kelder een grote zak met cadeautjes stond. Kleindochter weer helemaal wakker, kleinzoon opgewonden. Beiden bezworen dat ze inderdaad Zwarte Piet buiten hadden gezien, op de fiets. Mijn kleindochter wist hem zeer gedetailleerd te beschrijven. Mijn kleinzoon had al geluiden op het dak gehoord.
Het lijkt nog maar zo kort geleden dat ìk het was die op de deur bonsde. Dat mijn zoon en zijn jongere broer opgewonden op zoek gingen naar de zak met pakjes. Het ritueel is nog precies hetzelfde. Mijn zoon die, net als ik vroeger, regelde dat de cadeautjes gelijkelijk verdeeld werden en dat de mooisten tot het laatst werden bewaard. Gedichten die werden voorgelezen. Voor het slapen gaan nog even het speelgoed uitproberen. Alles is nog precies als toen. Alleen.... mijn zoons en ik, we zijn inmiddels wel zo'n vijfendertig jaar ouder geworden.
Het lijkt nog maar zo kort geleden dat ìk het was die op de deur bonsde. Dat mijn zoon en zijn jongere broer opgewonden op zoek gingen naar de zak met pakjes. Het ritueel is nog precies hetzelfde. Mijn zoon die, net als ik vroeger, regelde dat de cadeautjes gelijkelijk verdeeld werden en dat de mooisten tot het laatst werden bewaard. Gedichten die werden voorgelezen. Voor het slapen gaan nog even het speelgoed uitproberen. Alles is nog precies als toen. Alleen.... mijn zoons en ik, we zijn inmiddels wel zo'n vijfendertig jaar ouder geworden.
vrijdag 27 november 2009
Ernstig verslaafd.
In een tijdschrift over psychologie las ik een artikel over verslaving. Volgens de schrijver mag een bepaald gedrag ‘verslaving’ heten wanneer het voldoet aan minstens drie van de volgende zeven kenmerken:
1. steeds meer tot zich moeten nemen van hetzelfde middel voor hetzelfde effect;
2. onthoudingsverschijnselen;
3. meer en langer gebruiken dan je van plan bent;
4. verlangen naar of mislukte pogingen doen om te minderen;
5. pogingen doen om toch aan het middel te komen;
6. belangrijke activiteiten worden opgeofferd om te kunnen gebruiken;
7. het gebruik gaat door, ondanks het besef dat je een probleem hebt.
Wanneer ik deze kenmerken loslaat op mijn computergedrag moet ik constateren dat ik aan alle zeven voorwaarden voldoe. Ik mag mezelf dus met recht een computerverslaafde noemen, en, gezien mijn bijzonder hoge score, nog een ernstig verslaafde ook.
Het gebruik van mijn computer is de laatste jaren flink toegenomen terwijl het effect hetzelfde is gebleven (1) en wanneer ik op vakantie ga zonder zelfs maar een eenvoudige laptop, mis ik hem al na een dag (2). Ik ga vrijwel altijd langer met computeren door dan ik mij had voorgenomen (3) en zou eigenlijk wel wat willen minderen (4), zodat ik ook nog wat tijd over zou houden voor mijn andere hobby’s, sociale bezigheden en verplichtingen. Wanneer mijn computer het laat afweten, stel ik alles in het werk om zo snel mogelijk een vervanger op mijn werktafel te hebben staan (5) of de gecrashte Windows te reanimeren, ook al zou ik mij nu eens mooi wat kunnen gaan bezighouden met andere activiteiten (6).
Ik kan niet zeggen dat ik ernstig gebukt ga onder mijn verslaving. Dank zij mijn computer kan ik een groot deel van mijn vrije tijd op een plezierige wijze invullen en het daar blijkbaar onvermijdelijk bij behorende ‘eindeloze geëtter’ en de steeds weer opduikende 'unexpected errors' onderga ik met een masochistisch soort genoegen.
Ik ga er dus gewoon mee door (7), ondanks het besef dat ik een probleem heb. Wat? Eén probleem? Was het maar waar. Met een computer heb je er al snel tientallen. Een programma dat zich moeiteloos op de computers van al je kennissen laat installeren, maar niet op die van jou. Je internetverbinding die het plotseling laat afweten. Een Windows die van de ene op de andere dag niet meer opstart, of zich juist niet meer laat afsluiten. En dan heb ik het nog maar niet over al die enge virussen, wormen en Trojaanse paarden die het op jouw computer voorzien hebben en zich daar, al ‘vrij’ je nog zo veilig, op een kwade dag toch in nestelen. De spionnen die je proberen te verleiden je creditcard gegevens, pincodes of wachtwoorden aan hen door te spelen. De spam-maffia die elke dag weer je digitale postbus vervuilt en laat dichtslibben. De………, nou ja, vul zelf maar in.
Het tweede punt, die onthoudingsverschijnselen, is misschien nog wel het lastigst om mee om te gaan. Wanneer je aan het lijnen bent, kun je op een gegeven moment alleen nog maar denken aan snoep, gebak en lekkere snacks, en wandelend door een winkelstraat zie je alleen nog maar etalages gevuld met taarten, chocolade en roomboterfondant. Zo vergaat het mij ook wanneer ik de computer enige tijd moet missen. Mijn partner kan me, tijdens vakanties, er vaak slechts met moeite van weerhouden de zoveelste computerzaak binnen te stappen. (Voor mode- en schoenenzaken geldt trouwens het omgekeerde, maar dit even terzijde.) Ik verveel me al na een paar dagen dood, want ik mis de dagelijkse spelletjes Freecell en ben al lang vergeten dat je patience ook met echte speelkaarten kunt spelen.
Ondanks dat alles heb ik mij nog steeds niet aangemeld bij je Jellinek kliniek. Ik ben al gestopt met roken, ontzeg mijzelf met een Spartaanse discipline wekenlang zoete lekkernijen wanneer de wijzer van de weegschaal een bepaalde grens overschrijdt, drink met mate een glaasje witte wijn van tijd tot tijd, spuit, slik en snuif helemaal niks, dus ach, één enkele ondeugd mag een mens toch wel hebben?! Ik rechtvaardig mijzelf met het drog-argument van alle verslaafden: ‘wanneer ik er ècht mee wil stoppen dan kan ik dat heus wel, hoor’.
(Deze tekst verscheen eerder als column in de PHCC-Nieuwsbrief.)
1. steeds meer tot zich moeten nemen van hetzelfde middel voor hetzelfde effect;
2. onthoudingsverschijnselen;
3. meer en langer gebruiken dan je van plan bent;
4. verlangen naar of mislukte pogingen doen om te minderen;
5. pogingen doen om toch aan het middel te komen;
6. belangrijke activiteiten worden opgeofferd om te kunnen gebruiken;
7. het gebruik gaat door, ondanks het besef dat je een probleem hebt.
Wanneer ik deze kenmerken loslaat op mijn computergedrag moet ik constateren dat ik aan alle zeven voorwaarden voldoe. Ik mag mezelf dus met recht een computerverslaafde noemen, en, gezien mijn bijzonder hoge score, nog een ernstig verslaafde ook.
Het gebruik van mijn computer is de laatste jaren flink toegenomen terwijl het effect hetzelfde is gebleven (1) en wanneer ik op vakantie ga zonder zelfs maar een eenvoudige laptop, mis ik hem al na een dag (2). Ik ga vrijwel altijd langer met computeren door dan ik mij had voorgenomen (3) en zou eigenlijk wel wat willen minderen (4), zodat ik ook nog wat tijd over zou houden voor mijn andere hobby’s, sociale bezigheden en verplichtingen. Wanneer mijn computer het laat afweten, stel ik alles in het werk om zo snel mogelijk een vervanger op mijn werktafel te hebben staan (5) of de gecrashte Windows te reanimeren, ook al zou ik mij nu eens mooi wat kunnen gaan bezighouden met andere activiteiten (6).
Ik kan niet zeggen dat ik ernstig gebukt ga onder mijn verslaving. Dank zij mijn computer kan ik een groot deel van mijn vrije tijd op een plezierige wijze invullen en het daar blijkbaar onvermijdelijk bij behorende ‘eindeloze geëtter’ en de steeds weer opduikende 'unexpected errors' onderga ik met een masochistisch soort genoegen.
Ik ga er dus gewoon mee door (7), ondanks het besef dat ik een probleem heb. Wat? Eén probleem? Was het maar waar. Met een computer heb je er al snel tientallen. Een programma dat zich moeiteloos op de computers van al je kennissen laat installeren, maar niet op die van jou. Je internetverbinding die het plotseling laat afweten. Een Windows die van de ene op de andere dag niet meer opstart, of zich juist niet meer laat afsluiten. En dan heb ik het nog maar niet over al die enge virussen, wormen en Trojaanse paarden die het op jouw computer voorzien hebben en zich daar, al ‘vrij’ je nog zo veilig, op een kwade dag toch in nestelen. De spionnen die je proberen te verleiden je creditcard gegevens, pincodes of wachtwoorden aan hen door te spelen. De spam-maffia die elke dag weer je digitale postbus vervuilt en laat dichtslibben. De………, nou ja, vul zelf maar in.
Het tweede punt, die onthoudingsverschijnselen, is misschien nog wel het lastigst om mee om te gaan. Wanneer je aan het lijnen bent, kun je op een gegeven moment alleen nog maar denken aan snoep, gebak en lekkere snacks, en wandelend door een winkelstraat zie je alleen nog maar etalages gevuld met taarten, chocolade en roomboterfondant. Zo vergaat het mij ook wanneer ik de computer enige tijd moet missen. Mijn partner kan me, tijdens vakanties, er vaak slechts met moeite van weerhouden de zoveelste computerzaak binnen te stappen. (Voor mode- en schoenenzaken geldt trouwens het omgekeerde, maar dit even terzijde.) Ik verveel me al na een paar dagen dood, want ik mis de dagelijkse spelletjes Freecell en ben al lang vergeten dat je patience ook met echte speelkaarten kunt spelen.
Ondanks dat alles heb ik mij nog steeds niet aangemeld bij je Jellinek kliniek. Ik ben al gestopt met roken, ontzeg mijzelf met een Spartaanse discipline wekenlang zoete lekkernijen wanneer de wijzer van de weegschaal een bepaalde grens overschrijdt, drink met mate een glaasje witte wijn van tijd tot tijd, spuit, slik en snuif helemaal niks, dus ach, één enkele ondeugd mag een mens toch wel hebben?! Ik rechtvaardig mijzelf met het drog-argument van alle verslaafden: ‘wanneer ik er ècht mee wil stoppen dan kan ik dat heus wel, hoor’.
(Deze tekst verscheen eerder als column in de PHCC-Nieuwsbrief.)
donderdag 26 november 2009
Katten en honden.
Wanneer ik naar buiten kijk, zie ik dat het regent, en niet zo'n beetje ook. "It's raining cats and dogs"; de merkwaardige Engelse uitdrukking komt als vanzelf bij mij op. Het regent katten en honden, wie verzint er nu zoiets? Waar slaat dat op?
Voor de herkomst van deze uitdrukking bestaan een aantal verklaringen die stuk voor stuk te onwaarschijnlijk zijn om te noemen. De meest acceptabele oorsprong is nog te vinden in het feit dat de straten in het Londen van de 17e/18e eeuw erg vervuild waren met onder meer dode huisdieren. Wanneer het erg regende en stormde werden straatvuil en de dode dieren mee gevoerd door het hemelwater dat door de straten stroomde. Dit wekte de indruk dat de dieren met de neervallende regen uit de lucht waren gevallen.
In een gedicht van Jonathan Swift uit 1710 vinden we de volgende regels:
......
Drown'd Puppies, stinking Sprats, all drench'd in Mud,
Dead Cats and Turnip-Tops come tumbling down the Flood.
Zelf had ik verzonnen dat het soms zo hard regent dat de waterdruppels, natuurlijk sterk overdreven maar dat gebeurt in dat soort gevallen wel vaker, de afmetingen van hondjes en katjes hebben. De uitdrukking wordt immers niet gebruikt voor een motregentje of een druilerig buitje, maar alleen wanneer het echt heel heftig stortregent, met bakken uit de lucht komt vallen.

Het schijnt trouwens dat de uitdrukking in Engeland zelf al sinds de jaren 50 nog nauwelijks gebruikt wordt en nu dus nog voornamelijk gebezigd wordt door mensen daarbuiten, gewoon omdat het zo'n leuke, merkwaardige, raadselachtige en onbegrijpelijke uitdrukking is. Net even krachtiger als die 'pijpenstelen' van ons.
(c) afbeelding onbekend.
Voor de herkomst van deze uitdrukking bestaan een aantal verklaringen die stuk voor stuk te onwaarschijnlijk zijn om te noemen. De meest acceptabele oorsprong is nog te vinden in het feit dat de straten in het Londen van de 17e/18e eeuw erg vervuild waren met onder meer dode huisdieren. Wanneer het erg regende en stormde werden straatvuil en de dode dieren mee gevoerd door het hemelwater dat door de straten stroomde. Dit wekte de indruk dat de dieren met de neervallende regen uit de lucht waren gevallen.
In een gedicht van Jonathan Swift uit 1710 vinden we de volgende regels:
......
Drown'd Puppies, stinking Sprats, all drench'd in Mud,
Dead Cats and Turnip-Tops come tumbling down the Flood.
Zelf had ik verzonnen dat het soms zo hard regent dat de waterdruppels, natuurlijk sterk overdreven maar dat gebeurt in dat soort gevallen wel vaker, de afmetingen van hondjes en katjes hebben. De uitdrukking wordt immers niet gebruikt voor een motregentje of een druilerig buitje, maar alleen wanneer het echt heel heftig stortregent, met bakken uit de lucht komt vallen.

Het schijnt trouwens dat de uitdrukking in Engeland zelf al sinds de jaren 50 nog nauwelijks gebruikt wordt en nu dus nog voornamelijk gebezigd wordt door mensen daarbuiten, gewoon omdat het zo'n leuke, merkwaardige, raadselachtige en onbegrijpelijke uitdrukking is. Net even krachtiger als die 'pijpenstelen' van ons.
(c) afbeelding onbekend.
woensdag 25 november 2009
Het sprookje is voorbij.

Tsjaaaa..... en dan heb je ze allemaal compleet. En dan....?
Het jachtinstinct dat in ons allemaal nog latent aanwezig is, is bevredigd. Voorbij is de spanning of we de prooi wel binnen zullen halen. Met het ruilen van je laatste poppetje op de ruilmiddag werd dat gevoel van spanning meteen vervangen door een ander: Ja nou.... en nu???
Sneeuwwitje, alle dwergen, de heks, jager, prins en boze koningin, je hebt ze allemaal en de meeste ook nog eens dubbel of zelfs driedubbel. Ja nou.... en nu??
dinsdag 24 november 2009
Snertweer.
Het was echt snertweer vandaag! Voor mij is het iedere dag snertweer, want of het nu zomer, winter, lente of herfst is, een lekkere kop erwtensoep gaat er altijd wel in. Toegegeven, hoe lager de temperatuur buiten, hoe beter hij smaakt, maar echt noodzakelijk is dat niet.
Gelukkig heb ik wat mensen om mij heen die van mijn snertliefde op de hoogte zijn en dus komt het wel eens voor dat ik bij thuiskomst een plastic zak aan de buitenkraan zie bengelen met daarin een emmertje snert. Vandaag kreeg ik van een vriend een ruime portie mee naar huis. Compleet met de daarmee verbonden roggebrood met spek. Dat was dus smullen vanavond.
Snert vind ik het lekkerst als hij goed dik is. De lepel moet er recht in overeind blijven staan. En........... dat deed hij:
Gelukkig heb ik wat mensen om mij heen die van mijn snertliefde op de hoogte zijn en dus komt het wel eens voor dat ik bij thuiskomst een plastic zak aan de buitenkraan zie bengelen met daarin een emmertje snert. Vandaag kreeg ik van een vriend een ruime portie mee naar huis. Compleet met de daarmee verbonden roggebrood met spek. Dat was dus smullen vanavond.
Snert vind ik het lekkerst als hij goed dik is. De lepel moet er recht in overeind blijven staan. En........... dat deed hij:
maandag 23 november 2009
Waar blijft mijn tijd?
Eén van mijn grootste problemen is dat een dag slechts vierentwintig uren telt. Ik kom er namelijk elke dag wel minstens een paar te kort. Dat komt omdat er nogal wat dingen zijn die ik leuk vind om te doen. Te veel eigenlijk voor een etmaal, want van die vierentwintig uren moet ik natuurlijk ook nog eens een groot aantal verslapen. Daarbij komen dan nog de huishoudelijke en sociale verplichtingen en dan blijft er niet zo heel veel meer over. Dat betekent dat ik voortdurend keuzes moet maken. Wanneer ik schilder kan ik niet schrijven. Wanneer ik aan mijn genealogie werk, kan ik niet met de toverlantaarns bezig zijn. Wanneer ik naar biodanza ga, kan ik geen boek lezen. Wanneer ik mediteer kan ik geen tv kijken.
Er zijn mensen die er op de één of andere manier in slagen wel 28, 30 of meer uren in die vierentwintig uur te stoppen. Zij doen hun werk, houden de tuin bij, besteden tijd aan hun hobby's, vullen de belastingpapieren in, laten de hond uit, onderhouden hun huis, volgen een cursus en als je bij hen op bezoek komt slagen ze er ook nog in ontspannen een kop koffie met je te drinken. Ik bewonder hen. Mij lukt dat niet. Integendeel, bij mij schijnen er veel uren zo maar in het niets te verdwijnen. Ik sta rond 7:00 uur 's morgens op. Ontbijt, drink koffie, ga wat mail beantwoorden, drink koffie, schrijf een blogje, en als ik dan op de klok kijk is het, zoals nu, al weer 11:00 uur geweest en heb ik het gevoel dat ik nog niets gedaan heb. Er staat nog een afwas op het aanrecht. Gisteren had ik vanwege de beurs geen tijd om de benedenverdieping te stoffen en te zuigen, dus dat moet vandaag gebeuren, er moet nodig weer wat aan mijn website gedaan worden, een pakket boeken dat ik via Marktplaats verkocht heb, moet naar het postkantoor, m'n anti-virus abonnement moet verlengd worden, ik moet nog boodschappen doen als ik vanavond wil eten, ik moet vanavond naar de computerclub omdat ik daar een afspraak heb..... En dan nog: een vriendin doet een beroep op me naar haar radio te kijken, die er zo maar mee gestopt is. Een vriend heeft computerhulp nodig. Een vriendin vraagt hulp bij een Engelse vertaling.... Help!!!!!!
Maar gelukkig heb ik niet te kampen met een veel groter probleem: het niet kunnen vullen van je uren en te vervallen in verveling. Dat lijkt me pas echt heel erg.
Er zijn mensen die er op de één of andere manier in slagen wel 28, 30 of meer uren in die vierentwintig uur te stoppen. Zij doen hun werk, houden de tuin bij, besteden tijd aan hun hobby's, vullen de belastingpapieren in, laten de hond uit, onderhouden hun huis, volgen een cursus en als je bij hen op bezoek komt slagen ze er ook nog in ontspannen een kop koffie met je te drinken. Ik bewonder hen. Mij lukt dat niet. Integendeel, bij mij schijnen er veel uren zo maar in het niets te verdwijnen. Ik sta rond 7:00 uur 's morgens op. Ontbijt, drink koffie, ga wat mail beantwoorden, drink koffie, schrijf een blogje, en als ik dan op de klok kijk is het, zoals nu, al weer 11:00 uur geweest en heb ik het gevoel dat ik nog niets gedaan heb. Er staat nog een afwas op het aanrecht. Gisteren had ik vanwege de beurs geen tijd om de benedenverdieping te stoffen en te zuigen, dus dat moet vandaag gebeuren, er moet nodig weer wat aan mijn website gedaan worden, een pakket boeken dat ik via Marktplaats verkocht heb, moet naar het postkantoor, m'n anti-virus abonnement moet verlengd worden, ik moet nog boodschappen doen als ik vanavond wil eten, ik moet vanavond naar de computerclub omdat ik daar een afspraak heb..... En dan nog: een vriendin doet een beroep op me naar haar radio te kijken, die er zo maar mee gestopt is. Een vriend heeft computerhulp nodig. Een vriendin vraagt hulp bij een Engelse vertaling.... Help!!!!!!
Maar gelukkig heb ik niet te kampen met een veel groter probleem: het niet kunnen vullen van je uren en te vervallen in verveling. Dat lijkt me pas echt heel erg.
zondag 22 november 2009
De Tooverlantaarn
Vandaag naar de Fotograficabeurs in Houten geweest. Veel gezien, veel gehoord, veel gepraat met verzamelaars van toverlantaarns, lantaarnisten en andere hobbyisten. De hele dag langs de kramen geslenterd. Erg leuk, maar ook erg vermoeiend. Daardoor vanavond geen puf meer om zelf nog iets te schrijven. Dan maar een leuk gedicht over de toverlantaarn. Het komt uit een oud kinderboek:

DE TOOVERLANTAARN
De tooverlantaarn is ons gistren vertoond;
Wat was dat een prachtig spektakel!
Het heeft ook wel meer dan twee uren geduurd;
Voor kleintjes geleek 't een mirakel.
Eerst stond hun die donkere kamer niet aan;
Maar weldra verschenen er leeuwen,
Hijena's en tijgers, wolvinnen en meer;
't Klein zusje begon haast te schreeuwen.
Jan Klaassen, Pierrot gaven meerdere pret,
Gelijk ook dat glas met soldaten;
Het was zoo bedrieglijk, als leefde de troep;
't Mankeerde nog maar dat zij praatten.
Het molentje heeft met zijn wieken gedraaid;
Van 't wagentje draaiden de wielen;
Soldaten, zij schoten hunn' snaphanen af,
Waardoor er twee vijanden vielen.
Een man nam zijn hoed af en't vrouwtje dat neeg,
Terwijl zij elkander passeerden.
Het ging al heel kunstig; mij trof bovenal
Soldaten, die heusch exerceerden.
Het werd door oom Gerrit zoo aardig vertoond,
Als hij maar wat zei, lachten allen;
Hij heeft het met geestigheid heerlijk gekruid,
Is nooit in het laffe vervallen.
De tooverlantaarn maakt verheugd, blij te moe.
Een tooverlantaarn wensch ik allen u toe!

DE TOOVERLANTAARN
De tooverlantaarn is ons gistren vertoond;
Wat was dat een prachtig spektakel!
Het heeft ook wel meer dan twee uren geduurd;
Voor kleintjes geleek 't een mirakel.
Eerst stond hun die donkere kamer niet aan;
Maar weldra verschenen er leeuwen,
Hijena's en tijgers, wolvinnen en meer;
't Klein zusje begon haast te schreeuwen.
Jan Klaassen, Pierrot gaven meerdere pret,
Gelijk ook dat glas met soldaten;
Het was zoo bedrieglijk, als leefde de troep;
't Mankeerde nog maar dat zij praatten.
Het molentje heeft met zijn wieken gedraaid;
Van 't wagentje draaiden de wielen;
Soldaten, zij schoten hunn' snaphanen af,
Waardoor er twee vijanden vielen.
Een man nam zijn hoed af en't vrouwtje dat neeg,
Terwijl zij elkander passeerden.
Het ging al heel kunstig; mij trof bovenal
Soldaten, die heusch exerceerden.
Het werd door oom Gerrit zoo aardig vertoond,
Als hij maar wat zei, lachten allen;
Hij heeft het met geestigheid heerlijk gekruid,
Is nooit in het laffe vervallen.
De tooverlantaarn maakt verheugd, blij te moe.
Een tooverlantaarn wensch ik allen u toe!
zaterdag 21 november 2009
Gedichtje voor Ans (5)
Het valt mij op
dat ik nog steeds soms in gesprekken
het woordje 'wij' zeg als ik 'ik' bedoel;
het over 'onze tuin' heb, waar het nu toch
niet 'onze', maar 'mijn' tuin zou moeten zijn.
ik ben nog niet
gewend dat er, na al die jaren samen,
alleen nog maar een 'ik' is in dit huis.
Dat 'wij' en 'onze' nog slechts past in zinnen
die over ons gaan in vergangen tijd.
dat ik nog steeds soms in gesprekken
het woordje 'wij' zeg als ik 'ik' bedoel;
het over 'onze tuin' heb, waar het nu toch
niet 'onze', maar 'mijn' tuin zou moeten zijn.
ik ben nog niet
gewend dat er, na al die jaren samen,
alleen nog maar een 'ik' is in dit huis.
Dat 'wij' en 'onze' nog slechts past in zinnen
die over ons gaan in vergangen tijd.
vrijdag 20 november 2009
Poen, poen, poen, poen.
Voor groenten ga je naar de groentenboer en voor brood naar de bakker. Voor geld ga je naar.... de bank zou je zeggen.
Ik had gisteren even snel twintig losse euromunten nodig en omdat winkeliers er doorgaans niet zo blij mee zijn wanneer ze hun wisselgeld kwijtraken, ging ik naar mijn bank en zei dat ik twintig euro wilde opnemen van mijn rekening en dat ik die graag in euromunten uitbetaald wilde zien. Vroeger was zoiets heel gewoon, maar tegenwoordig wordt je geacht je geld uit een muur te trekken en die muur spuwt alleen maar biljetten uit. Het bleek geen eenvoudig verzoek. Of ik identiteitkaart en bankpas bij me had..., of ik ze al van te voren telefonisch besteld had.... Van te voren besteld?! Ik dacht nog even dat de dame achter de balie mij verkeerd verstaan had en dacht dat het om 20 duizend euro ging. Ze moest telefonisch ruggespraak houden met een andere afdeling, of dat nog wel ging - ja, maar het zou wel even gaan duren - en begon vervolgens met een streng gezicht van alles in te tikken in haar computer. Ze was duidelijk niet blij met deze opdracht. Na een minuut of vijf mompelde ze dat ze iets verkeerd gedaan had en begon opnieuw. 'U moet toch nog wachten...' vergoeielijkte ze haar gestuntel. De telefoon ging. Of het er ook vijfentwintig mochten zijn, want zoveel gingen er in een rolletje. Ik wilde niet nòg moeilijker overkomen dan ik al deed, en gaf mijn toestemming. De dame ging verder met tikken. Mijn verlopen identiteitkaart werd met tegenzin geaccepteerd. Ze keek mij daarbij wantrouwend aan. Ik begon mij inmiddels behoorlijk crimineel te voelen. Gelukkig liet zij mij gaan en mocht ik in de wachtkamer plaatsnemen.
De spanning steeg. Ergens in dat grote gebouw was iemand bezig mijn 25 munten bij elkaar te sprokkelen. Het postzegelpotje werd geleegd, een briefje van vijf werd gewisseld in de lief-en-leedpot....
Tien minuten later werd het geld gebracht. Niet met zo'n blauwe geldtransportauto, zoals ik inmiddels verwachtte, maar gewoon overhandigd door een medewerkster. Wel werd nog even naar mijn identiteitkaart gevraagd. Misschien kun je tegenwoordig voor je geld toch maar beter even naar de groenteboer gaan.
Ik had gisteren even snel twintig losse euromunten nodig en omdat winkeliers er doorgaans niet zo blij mee zijn wanneer ze hun wisselgeld kwijtraken, ging ik naar mijn bank en zei dat ik twintig euro wilde opnemen van mijn rekening en dat ik die graag in euromunten uitbetaald wilde zien. Vroeger was zoiets heel gewoon, maar tegenwoordig wordt je geacht je geld uit een muur te trekken en die muur spuwt alleen maar biljetten uit. Het bleek geen eenvoudig verzoek. Of ik identiteitkaart en bankpas bij me had..., of ik ze al van te voren telefonisch besteld had.... Van te voren besteld?! Ik dacht nog even dat de dame achter de balie mij verkeerd verstaan had en dacht dat het om 20 duizend euro ging. Ze moest telefonisch ruggespraak houden met een andere afdeling, of dat nog wel ging - ja, maar het zou wel even gaan duren - en begon vervolgens met een streng gezicht van alles in te tikken in haar computer. Ze was duidelijk niet blij met deze opdracht. Na een minuut of vijf mompelde ze dat ze iets verkeerd gedaan had en begon opnieuw. 'U moet toch nog wachten...' vergoeielijkte ze haar gestuntel. De telefoon ging. Of het er ook vijfentwintig mochten zijn, want zoveel gingen er in een rolletje. Ik wilde niet nòg moeilijker overkomen dan ik al deed, en gaf mijn toestemming. De dame ging verder met tikken. Mijn verlopen identiteitkaart werd met tegenzin geaccepteerd. Ze keek mij daarbij wantrouwend aan. Ik begon mij inmiddels behoorlijk crimineel te voelen. Gelukkig liet zij mij gaan en mocht ik in de wachtkamer plaatsnemen.
De spanning steeg. Ergens in dat grote gebouw was iemand bezig mijn 25 munten bij elkaar te sprokkelen. Het postzegelpotje werd geleegd, een briefje van vijf werd gewisseld in de lief-en-leedpot....
Tien minuten later werd het geld gebracht. Niet met zo'n blauwe geldtransportauto, zoals ik inmiddels verwachtte, maar gewoon overhandigd door een medewerkster. Wel werd nog even naar mijn identiteitkaart gevraagd. Misschien kun je tegenwoordig voor je geld toch maar beter even naar de groenteboer gaan.
donderdag 19 november 2009
Wat zeg je?
Het is maar goed dat je niets te kiezen hebt, maar ik zeg wel eens: - als ik zou moeten kiezen, doof of blind worden, dan zou ik voor blind kiezen. Ik ben al jarenlang aan het doof worden. Het gaat heel geleidelijk, maar ik merk dat mijn gehoor toch wel steeds minder wordt. Het nare van het doof worden is dat je heel gemakkelijk in een sociaal isolement kunt terechtkomen. De één op één gesprekken gaan nog redelijk goed als er niet te veel omgevingslawaai is; bij verjaardagvisites en dat soort bijeenkomsten kan ik net zo goed naar huis gaan, want de gesprekken die daar gevoerd worden gaan volkomen langs mij heen. Het is echt vreselijk om daar tussen te zitten en af en toe maar eens lukraak ja of nee te roepen, want ik weet uit eigen ervaring hoe irritant het is om steeds maar weer bij iedere zin 'Wat zeg je?' te vragen. Zelf een bijdrage leveren aan de conversatie durf ik ook niet goed, want de kans is groot dat iemand anders vijf minuten daarvoor al met dezelfde bijdrage gekomen is en dat die mij volkomen ontgaan is. Ik weet inmiddels wat het betekent: 'je opgelaten voelen'. Het enige dat er op zit is maar een gezicht te trekken of je het geweldig naar je zin hebt in die grauwe brij van geroezemoes en rumoer.
Vanmiddag naar het ziekenhuis geweest voor een onderzoek en een gehoortest. De eerste stap naar het gehoorapparaat is gezet. Ik wil het niet... zo'n apparaatje in je oor. Weer moeten toegeven aan het voortschrijden der jaren, weer iets inleveren, weer een hulpmiddel voor iets dat je zelf niet meer kunt. Door anderen wordt het gebagatelliseerd, maar dat zijn altijd de anderen die zoiets zelf (nog) niet nodig hebben. Ik wil het niet maar ik zal wel moeten. En ja.... als ik aan het blind worden was dan weet ik wel zeker dat ik voor doof worden zou kiezen. Een mens vindt immers altijd zijn eigen kwaal het ergste.
Vanmiddag naar het ziekenhuis geweest voor een onderzoek en een gehoortest. De eerste stap naar het gehoorapparaat is gezet. Ik wil het niet... zo'n apparaatje in je oor. Weer moeten toegeven aan het voortschrijden der jaren, weer iets inleveren, weer een hulpmiddel voor iets dat je zelf niet meer kunt. Door anderen wordt het gebagatelliseerd, maar dat zijn altijd de anderen die zoiets zelf (nog) niet nodig hebben. Ik wil het niet maar ik zal wel moeten. En ja.... als ik aan het blind worden was dan weet ik wel zeker dat ik voor doof worden zou kiezen. Een mens vindt immers altijd zijn eigen kwaal het ergste.
woensdag 18 november 2009
....... krijgt lekkers.
Voor wie het toch eens zelf wil proberen..... hier volgt het recept voor (hoogstwaarschijnlijk) de enige echte pepernoten:
- 400 gram bloem
- 1 theelepel bakpoeder
- 2 snufjes zout
- 300 gram schenk stroop of honing
- 4 theelepels kaneel
- 2 theeplepels kruidnagelpoeder
- 2 theelepels nootmuskaat
- 1 theelepel gemalen korianderzaad
- beetje gemalen anijszaad
Wie van gemak houdt kan natuurlijk voor de laatste 5 ingredienten ook een kant en klare koekkruidenmix nemen.
Zeef de bloem en de bakpoeder in een beslagkom. Maak met een lepel een kuil in het midden en schenk daarin de stroop of de honing en voeg daarbij alle kruiden. Roer vanuit het midden alles door elkaar en kneed het daarna met je handen tot een stevig deeg.
Smeer een bakblik in of dek het bakblik af met bakpapier. Kneed met je handen eerst een bolletje en maak daarvan een dobbelsteen met ongelijke, ingedeukte vlakken. Leg de blokjes op het bakblik
Bak de pepernoten in een voorverwarmde oven op 175°C in 15 tot 20 minuten lichtbruin. Af laten koelen op een rooster.
- 400 gram bloem
- 1 theelepel bakpoeder
- 2 snufjes zout
- 300 gram schenk stroop of honing
- 4 theelepels kaneel
- 2 theeplepels kruidnagelpoeder
- 2 theelepels nootmuskaat
- 1 theelepel gemalen korianderzaad
- beetje gemalen anijszaad
Wie van gemak houdt kan natuurlijk voor de laatste 5 ingredienten ook een kant en klare koekkruidenmix nemen.
Zeef de bloem en de bakpoeder in een beslagkom. Maak met een lepel een kuil in het midden en schenk daarin de stroop of de honing en voeg daarbij alle kruiden. Roer vanuit het midden alles door elkaar en kneed het daarna met je handen tot een stevig deeg.
Smeer een bakblik in of dek het bakblik af met bakpapier. Kneed met je handen eerst een bolletje en maak daarvan een dobbelsteen met ongelijke, ingedeukte vlakken. Leg de blokjes op het bakblik
Bak de pepernoten in een voorverwarmde oven op 175°C in 15 tot 20 minuten lichtbruin. Af laten koelen op een rooster.
dinsdag 17 november 2009
Wie zoet is ......
Het is bijna niet te geloven, maar veel mensen weten niet meer wat pepernoten zijn. Vooral kinderen hebben het vaak over pepernoten terwijl ze kruidnoten bedoelen, maar ook volwassenen gaan de fout in, terwijl zij het toch nog meegemaakt hebben: hoe een zwart gehandschoende hand op 5 december een paar handenvol snoepgoed door de deuropening de kamer in wierp. Schuimpjes, tumtum, hartjes, lettersnoepjes en.... pepernoten. Op een gegeven moment verdwenen de pepernoten steeds meer uit beeld. Het leek er zelfs even op dat zij helemaal zouden verdwijnen, maar gelukkig vinden we ze de laatste jaren toch weer wat vaker in de schappen van de supermarkten. Bolletje maakt ze ook weer. Maar uit het oog, uit het hart: Nederland lijkt massaal te zijn overgestapt op die harde, donkerbruingekleurde halve bolletjes.

Toen ik zelf pepernoten wilde gaan maken en een recept zocht op internet, kwam ik in negen van de tien gevallen bij de kruidnoten terecht. Dat er Pepernoten boven het recept staat, garandeert helemaal niets, want een huismoeder klaagt op een receptensite dat ze pepernoten wilde gaan maken, maar dat er kruidnoten uit de oven kwamen. Ik heb de veilige weg maar bewandeld en heb ze gekocht bij de bakker op de markt. Die zal je geen knollen voor citroenen en zeker geen kruidnoten voor pepernoten verkopen.

Toen ik zelf pepernoten wilde gaan maken en een recept zocht op internet, kwam ik in negen van de tien gevallen bij de kruidnoten terecht. Dat er Pepernoten boven het recept staat, garandeert helemaal niets, want een huismoeder klaagt op een receptensite dat ze pepernoten wilde gaan maken, maar dat er kruidnoten uit de oven kwamen. Ik heb de veilige weg maar bewandeld en heb ze gekocht bij de bakker op de markt. Die zal je geen knollen voor citroenen en zeker geen kruidnoten voor pepernoten verkopen.
maandag 16 november 2009
Orchidee (2)

'Een orchidee is een plant voor geduldige mensen' schreef iemand mij naar aanleiding van mijn eerste bericht over de vaak uitbundig bloeiende planten die mijn vensterbank sieren. Dat is zeker waar. Soms staan ze er maandenlang voor dood bij, om dan toch plotseling weer te gaan uitlopen. Ook voor dat uitlopen neemt de plant alle tijd. Soms lijkt het stil te staan; dan weer opeens gaat het heel snel.
De stengel die zich vorige keer aan het vormen was, is inmiddels vijftien centimeter langer geworden. En..... er komen nu allemaal kleine knopjes aan. Wat zouden dat worden? Vertakkingen of misschien bloemen? Ik ben benieuwd.
zondag 15 november 2009
zaterdag 14 november 2009
Even genieten.
De Senseo is een apparaat voor luie koffiezetters. De luiaard krijgt wat hij verdient: een bakkie bruin vocht dat slechts in de verte doet denken aan de geurige kop koffie zoals hij zou moeten zijn. Gezet zoals het hoort. De bonen vlak daarvoor gemalen; eerst een heel klein scheutje water om de gemalen koffie te laten wellen, dan steeds heel weinig opschenken. Het gaat tergend langzaam, maar je hebt dan wel iets. Een heerlijke kop koffie waarvan de geur door het hele huis trekt. Koffie die je smaakpapillen verwent, die je pep geeft, die je blij maakt.
Helaas, het gaat als met zoveel andere dingen, je kiest toch vaak voor het gemak in plaats van kwaliteit. Maar soms, zoals nu, tracteer ik mezelf maar eens op zo'n echte kop koffie. Terwijl ik dit schrijf loopt het water langzaam door. Bijna klaar. Het aroma komt mij tegemoet.... Zo'n kop moet je niet tijdens het werken gedachteloos naar binnen gieten. Daar moet je even speciaal voor gaan zitten. Even genieten. De computer gaat uit.
Helaas, het gaat als met zoveel andere dingen, je kiest toch vaak voor het gemak in plaats van kwaliteit. Maar soms, zoals nu, tracteer ik mezelf maar eens op zo'n echte kop koffie. Terwijl ik dit schrijf loopt het water langzaam door. Bijna klaar. Het aroma komt mij tegemoet.... Zo'n kop moet je niet tijdens het werken gedachteloos naar binnen gieten. Daar moet je even speciaal voor gaan zitten. Even genieten. De computer gaat uit.
vrijdag 13 november 2009
Een zoete verleider (2)
'De naam van het belegsel, Bebogeen, is ontstaan door het samenvoegen en omkeren van delen van -Geen boter beschikbaar-' schreef ik ik mijn column in de PHCC-Nieuwsbrief. Ik vond het zelf wel al wat gezocht, maar ik las het in diverse bronnen, waaronder de Wikipedia encyclopedie, dus ik nam het maar aan en nam het maar over. Het spul werd immers kort na de oorlog op de markt gebracht en toen was er inderdaad geen of weinig boter beschikbaar. Inmiddels, een jaartje later, heeft een nieuwe zoektocht op het internet mij andere verklaringen opgeleverd. Ook de Wikipedia heeft zich aangepast. 'Er bestaan twee verklaringen voor de naam. Bebogeen zou ontstaan zijn door de samenvoeging en omkering van 'Geen boter beschikbaar'. Benno Benninga, de zoon van de laatste particuliere eigenaar, vertelde echter in 2009 aan een verslaggever van de Telegraaf dat de naam 'Beter dan boter' betekent en een samenvoeging is van de namen van de zoon en neef van de oorspronkelijke producent Benninga: Benno en Bob.' vermeldt ze nu.
Moeten we dit nu voor zoete koek, of beter zoet beleg, aannemen? Zou het niet kunnen dat de toen 84-jarige informant het wel leuk vond zijn naam verbonden te zien met dat zoete spul? En waar komt dan dat 'geen' vandaan? En hoe betrouwbaar is de Telegraaf?
Wat kunnen we hieruit leren? Geloof nooit blindelings wat je leest. Schrijvers schrijven gewoon allemaal alles van elkaar over en als dat maar vaak genoeg gebeurt wordt iets al snel een Waarheid. Ik lees nu ook op een site dat je Bebogeen kunt mengen met Seven Up en nootmuskaat en dan een roze drankje krijgt dat dezelfde uitwerking heeft als mescaline, volgens deskundigen een van de beste tripmiddelen. O jee...... waarschijnlijk ben ik, door het klakkeloos overnemen van deze informatie nu ook al weer bezig het volgende 'broodje aap' te creëren.
donderdag 12 november 2009
Een zoete verleider (1)
Ik wist eigenlijk niet eens meer dat het nog bestond, was zelfs al vergeten dat het ooit bestaan had, maar toen ik het daar in de schappen van de zelfbediening zag staan werden mijn smaakpapillen op afstand geprikkeld en wist ik meteen weer hoe het smaakte. Tegen mijn gewoonte in het prijskaartje negerend, strekte ik mijn hand uit en plaatste het glazen potje nostalgie met trillende handen in mijn mandje. Het was ondenkbaar dat ik het daar zou laten staan; ik moest en zou het hebben, tegen elke prijs, Het wederzien na al die jaren was bijna ontroerend.
Eigenlijk is het een heel vies spul. Het kleeft, lijkt qua substantie het meest op een mengsel van gluton en boenwas, de geur is niet aantrekkelijk, de kleur doet denken aan de inhoud van een babyluier, en het bevat veel te veel suiker. Maar sommige dingen zijn zo vies dat ze juist daardoor weer lekker worden en dit is één daarvan. Thuisgekomen bracht ik meteen een dikke laag ervan aan op mijn boterham. Ik bracht een hap naar mijn mond en ja hoor……… het smaakte inderdaad precies zoals ik het mij kon herinneren. Alsof er een engeltje over je tong fietst. Eén smaakonderdeel sprong boven alles uit…… dat van karamel. Bebogeen, gemaakt door het bedrijf dat ook de gestampte muisjes maakt, het bestond dus nog steeds!
Een zoektocht over het Internet leerde mij dat er heel wat aandacht geschonken wordt aan dit mierzoete product. De reacties variëren sterk. Het is als met de humor van Paul of Youp, je smult ervan of je vindt het walgelijk, er is geen tussenweg mogelijk. En dan blijkt er ook nog eens een heel grote groep te zijn van Bebogeen-verslaafden. Heel wat mensen slagen er niet in thuis langs het keukenkastje te lopen zonder even snel een lepel in de pot te steken. Ze scheppen daaruit een flinke klodder van het zoete spul en brengen het naar de tong, om het daar dan langzaam te laten wegsmelten. Ze kunnen het echt niet meer laten en zijn net zo verslaafd aan dit kleverige spul als anderen aan andere genotmiddelen. Bij hen komt het overgrote deel van de inhoud van de pot niet via de natuurlijke weg, in een dun laagje op een boterham gesmeerd dus, maar linea recta met een lepel in de mond terecht.
De naam van het belegsel, Bebogeen, is ontstaan door....... nee wacht.... daarover de volgende keer.
(Deze tekst is een verkorte versie van een column die eerder verscheen in de PHCC-Nieuwsbrief.)
Eigenlijk is het een heel vies spul. Het kleeft, lijkt qua substantie het meest op een mengsel van gluton en boenwas, de geur is niet aantrekkelijk, de kleur doet denken aan de inhoud van een babyluier, en het bevat veel te veel suiker. Maar sommige dingen zijn zo vies dat ze juist daardoor weer lekker worden en dit is één daarvan. Thuisgekomen bracht ik meteen een dikke laag ervan aan op mijn boterham. Ik bracht een hap naar mijn mond en ja hoor……… het smaakte inderdaad precies zoals ik het mij kon herinneren. Alsof er een engeltje over je tong fietst. Eén smaakonderdeel sprong boven alles uit…… dat van karamel. Bebogeen, gemaakt door het bedrijf dat ook de gestampte muisjes maakt, het bestond dus nog steeds!
Een zoektocht over het Internet leerde mij dat er heel wat aandacht geschonken wordt aan dit mierzoete product. De reacties variëren sterk. Het is als met de humor van Paul of Youp, je smult ervan of je vindt het walgelijk, er is geen tussenweg mogelijk. En dan blijkt er ook nog eens een heel grote groep te zijn van Bebogeen-verslaafden. Heel wat mensen slagen er niet in thuis langs het keukenkastje te lopen zonder even snel een lepel in de pot te steken. Ze scheppen daaruit een flinke klodder van het zoete spul en brengen het naar de tong, om het daar dan langzaam te laten wegsmelten. Ze kunnen het echt niet meer laten en zijn net zo verslaafd aan dit kleverige spul als anderen aan andere genotmiddelen. Bij hen komt het overgrote deel van de inhoud van de pot niet via de natuurlijke weg, in een dun laagje op een boterham gesmeerd dus, maar linea recta met een lepel in de mond terecht.
De naam van het belegsel, Bebogeen, is ontstaan door....... nee wacht.... daarover de volgende keer.
(Deze tekst is een verkorte versie van een column die eerder verscheen in de PHCC-Nieuwsbrief.)
woensdag 11 november 2009
Een klein beetje trots.
Gisteren gebeurde het weer. Ik zat wat in een computerblad te bladeren en keek plotseling in het gezicht van één van mijn zoons. Keurig in het pak, glad geschoren en het haar in model. Een mooie foto van een mooie man. Nu komt het wel vaker voor dat ik een artikel vind waar met grote letters de naam van het bedrijf dat zij runnen, bovenstaat. De oudste, met zijn computerkennis en ervaring, heeft het opgericht en de jongste, met zijn pr-ervaring en verkoopkunde, is er later bij gekomen. In vrijwel alle artikelen over online backups worden zij genoemd en in veel tests komen zij als één van de besten, zo niet de beste, uit de bus.
Ik ben daar trots op, of eigenlijk moet ik zeggen: ik ben daar blij mee. Trots impliceert dat je er zelf ook een aandeel in hebt gehad en dat is hier niet het geval. Of het zou moeten zijn dat ik, heel veel jaren geleden, mijn oudste zoon de eerste beginselen van het computeren heb bijgebracht. Op de ZX 81, een van de allereerste huiscomputertjes. Dan sta ik toch nog aan de roots en mag ik een heel klein pietsie trots zijn.
Ik ben daar trots op, of eigenlijk moet ik zeggen: ik ben daar blij mee. Trots impliceert dat je er zelf ook een aandeel in hebt gehad en dat is hier niet het geval. Of het zou moeten zijn dat ik, heel veel jaren geleden, mijn oudste zoon de eerste beginselen van het computeren heb bijgebracht. Op de ZX 81, een van de allereerste huiscomputertjes. Dan sta ik toch nog aan de roots en mag ik een heel klein pietsie trots zijn.
Abonneren op:
Posts (Atom)